Wat is het Oude Testament?
Het Oude Testament (in de Joodse traditie de Tenach) zijn de eerste 39 boeken van de meeste christelijke bijbels. De naam verwijst naar Gods oorspronkelijke belofte — vooral aan de nakomelingen van Abraham — van vóór de komst van Jezus Christus in het Nieuwe Testament, de nieuwe belofte. Je vindt er de schepping van de wereld, het verhaal van de aartsvaders, de uittocht uit Egypte, het ontstaan van Israël als volk, de latere neergang en ondergang, de profeten die namens God spraken, en de wijsheidsboeken.
Het boek Psalmen staat daar middenin: het liedboek van Gods volk, vol lofprijzing, gebed en eerlijke gevoelens.
De Wet (Thora)
Genesis. Genesis gaat over het begin en is de sleutel tot de rest van de Bijbel. Het is vooral een boek over relaties: tussen God en zijn schepping, tussen God en de mensen, en tussen mensen onderling.
Exodus. Exodus vertelt hoe de Israëlieten na hun slavernij uit Egypte wegtrekken. Het boek legt een basis waarin God zijn naam, zijn eigenschappen, zijn bevrijding en zijn wet bekendmaakt, en laat zien hoe Hij aanbeden wil worden.
Leviticus. Leviticus dankt zijn naam aan de Septuaginta, de Griekse vertaling van het Oude Testament, en betekent “over de Levieten” — de priesters van Israël. Het is een handboek met voorschriften waardoor de heilige Koning zijn troon op aarde te midden van zijn volk kan vestigen, en het legt uit hoe zijn volk heilig moest leven en Hem heilig moest aanbidden.
Numeri. Numeri beschrijft de reis van Israël van de berg Sinaï naar de vlakten van Moab, aan de grens van Kanaän. Het boek vertelt over het gemopper en de opstand van Gods volk, en over het oordeel dat daarop volgde.
Deuteronomium. Deuteronomium (“herhaling van de wet”) herinnert Gods volk aan het verbond. Het boek is een pauze vlak voordat de verovering onder Jozua begint, en een geheugensteun voor wat God van zijn volk vroeg.
Geschiedenis
Jozua. Jozua is een verhaal van verovering en vervulling. Na jaren van slavernij in Egypte en veertig jaar door de woestijn mochten de Israëlieten eindelijk het land binnengaan dat aan hun voorouders beloofd was.
Richteren. Richteren beschrijft het leven van Israël in het beloofde land, van de dood van Jozua tot het ontstaan van het koningschap. Het vertelt over dringende noodkreten in tijden van crisis en afval, waarop de HEER leiders (richters) laat opstaan die de vijand verslaan en de vrede in het land herstellen.
Ruth. Ruth wordt wel een van de mooiste korte verhalen genoemd die ooit geschreven zijn. Het laat zien dat er in de tijd van de richters een rest van echt geloof en toewijding overbleef, in de val en het herstel van Naomi en haar schoondochter Ruth — een voormoeder van koning David en van Jezus.
1 Samuël. 1 Samuël vertelt hoe God in Israël een bestuur instelde met een menselijke koning aan het hoofd. Door het leven van Samuël heen zien we het koningschap ontstaan en de tragiek van de eerste koning, Saul.
2 Samuël. Na het falen van koning Saul tekent 2 Samuël David als een echte — al blijft hij onvolmaakt — vertegenwoordiger van de koning zoals God die bedoelde. Onder David liet de HEER het volk bloeien, zijn vijanden verslaan en zijn beloften uitkomen.
1 Koningen. 1 Koningen vervolgt het verhaal van het koningschap in Israël en van Gods ingrijpen door de profeten. Na David bestijgt zijn zoon Salomo de troon van een verenigd rijk, maar die eenheid houdt alleen onder hem stand. Het boek laat zien hoe elke volgende koning van Israël en Juda op Gods roepstem reageert — of, zoals vaak, niet luistert.
2 Koningen. 2 Koningen zet het verhaal van Juda en Israël voort. De koningen van beide landen worden beoordeeld op hun trouw aan het verbond met God. Uiteindelijk worden de mensen van beide landen om hun ongehoorzaamheid weggevoerd in ballingschap.
1 Kronieken. Zoals de schrijver van Koningen de geschiedenis van Israël ordende en uitlegde voor de mensen in ballingschap, zo schreef de schrijver van 1 Kronieken opnieuw een geschiedenis, dit keer voor de teruggekeerde gemeenschap.
2 Kronieken. 2 Kronieken vervolgt de geschiedenis van Israël, met het oog gericht op het herstel van wie uit de ballingschap waren teruggekomen.
Ezra. Ezra vertelt hoe Gods verbondsvolk uit de Babylonische ballingschap werd teruggebracht naar het beloofde land, als een gemeenschap onder Gods bestuur — al bleef het onder vreemde heerschappij staan.
Nehemia. Nehemia sluit nauw aan bij Ezra en beschrijft de terugkeer van deze “schenker van de koning” en de moeilijkheden die hij en de andere Israëlieten in het herstelde land tegenkomen.
Ester. Ester legt vast hoe het jaarlijkse Poerimfeest ontstond, in het verhaal van Ester: een jonge Joodse vrouw die koningin van Perzië wordt en haar volk van de ondergang redt.
Poëzie en wijsheid
Job. In een reeks lange gesprekken vertelt Job het verhaal van een rechtvaardig mens die vreselijk lijdt. De diepe inzichten, de opbouw en de kracht van de taal laten zien hoe begaafd de schrijver was.
Psalmen. De Psalmen zijn verzamelde liederen en gedichten uit eeuwen van lofprijzing en gebed, over allerlei onderwerpen en omstandigheden. Ze zijn hartstochtelijk, levendig en concreet, en zitten vol beelden en vergelijkingen.
Spreuken. Spreuken is geschreven om “de eenvoudigen schranderheid te geven, de jongeren kennis en bedachtzaamheid”, en om wie al wijs is nog wijzer te maken. Het steeds terugkerende “mijn zoon” benadrukt het onderwijs aan jonge mensen en de weg die goed uitpakt.
Prediker. De schrijver van Prediker zet zijn wijsheid in om het menselijk bestaan te onderzoeken en op waarde te schatten. Zijn blik reikt, zoals die van elke menselijke leraar, niet verder dan wat er “onder de zon” gebeurt.
Hooglied. In het oude Israël kreeg alles wat mensen beleven woorden: ontzag, dankbaarheid, woede, verdriet, lijden, vertrouwen, vriendschap, trouw. In Hooglied is het de liefde die woorden vindt — woorden die haar bekoring en schoonheid laten zien als een van Gods kostbaarste gaven.
Grote profeten
Jesaja. Jesaja, de zoon van Amoz, geldt vaak als de grootste van de schrijvende profeten. Zijn naam betekent “de HEER redt”. Zijn boek laat de volle omvang zien van Gods oordeel én van Gods redding.
Jeremia. Dit boek bewaart het verslag van de profetische bediening van Jeremia, van wie we het persoonlijke leven en de innerlijke worstelingen dieper en gedetailleerder te zien krijgen dan van welke andere profeet in het Oude Testament ook.
Klaagliederen. Klaagliederen bestaat uit een reeks aangrijpende, dichterlijke klaagzangen over de verwoesting van Jeruzalem — de koningsstad van het rijk van de HEER — in 586 v.Chr.
Ezechiël. Het Oude Testament in het algemeen, en de profeten in het bijzonder, gaan ervan uit en leren dat God heerst over heel de schepping en over de loop van de geschiedenis. Nergens in de Bijbel komen Gods initiatief en zeggenschap zo scherp en doordringend naar voren als bij de profeet Ezechiël.
Daniël. Daniël beschrijft de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van de profeet Daniël tijdens de ballingschap van Israël. Zijn leven en zijn visioenen wijzen op Gods reddingsplan en zijn greep op de geschiedenis.
Kleine profeten
Hosea. De profeet Hosea, de zoon van Beëri, leefde in de trieste laatste dagen van het noordelijke koninkrijk. Zijn eigen leven werd een gelijkenis van Gods trouw aan een ontrouw Israël.
Joël. De profeet Joël waarschuwde de mensen van Juda voor Gods komende oordeel, en voor het herstel en de zegen die door omkeer zouden komen.
Amos. Amos profeteerde tijdens de regering van Uzzia over Juda (792-740 v.Chr.) en van Jerobeam II over Israël (793-753 v.Chr.).
Obadja. De profeet Obadja waarschuwde het trotse volk van Edom voor het oordeel dat er aankwam.
Jona. Jona is ongewoon voor een profetisch boek, omdat het een verhaal is: over Jona's opdracht voor de stad Ninevé, zijn verzet, zijn tijd in een grote vis, zijn bezoek aan de stad, en hoe het afliep.
Micha. Micha profeteerde ergens tussen 750 en 686 v.Chr., tijdens de regering van Jotam, Achaz en Hizkia, koningen van Juda. Israël was van God afgedwaald. Micha voorzegde de val van de hoofdstad Samaria en kondigde ook de onvermijdelijke verwoesting van Juda aan.
Nahum. Het boek bevat het “visioen van Nahum”, wiens naam “troost” betekent. Waar alles om draait, is het oordeel van de HEER over Ninevé vanwege haar onderdrukking, wreedheid, afgoderij en kwaad.
Habakuk. Over Habakuk is weinig bekend, behalve dat hij een tijdgenoot van Jeremia was en een man van krachtig geloof. Het boek dat zijn naam draagt, bevat een gesprek tussen de profeet en God over onrecht en lijden.
Sefanja. De profeet Sefanja had kennelijk een aanzienlijke positie in Juda en was waarschijnlijk verwant aan het koningshuis. Hij schreef om Juda aan te zeggen dat Gods oordeel eraan kwam.
Haggaï. Haggaï moedigde, samen met Zacharia, de teruggekeerde ballingen aan om de tempel te herbouwen. Zijn profetieën laten duidelijk zien wat ongehoorzaamheid oplevert — en dat mensen die God en zijn huis voorop zetten, gezegend worden.
Zacharia. Net als Jeremia en Ezechiël was Zacharia niet alleen profeet, maar ook lid van een priesterfamilie. Zijn belangrijkste doel — en dat van Haggaï — was het volk van Juda terecht te wijzen en aan te sporen de herbouw van de tempel af te maken.
Maleachi. Maleachi, wiens naam “mijn boodschapper” betekent, sprak tot de Israëlieten na hun terugkeer uit de ballingschap. De boodschap van het boek laat zich in één zin samenvatten: de grote Koning komt niet alleen om zijn volk te oordelen, maar ook om het te zegenen en te herstellen.